 |
 |
 |
 |
Let God Out of the Church
Today's message is from David Greco.
God Himself is placing a hunger for renewal in His people. Many are tired of the routine, traditions and customs that have made the life of the church very dry and rigid. However, they're not looking for external changes—they want to be renewed inwardly. The same Holy Spirit who placed in Paul the desire to pray on behalf of the believers in Ephesus is placing a desire for change in the hearts of many believers. The Holy Spirit is revealing what is in the heart of the Father, all the spiritual blessings that He has prepared in Christ for His church.
Let us not be satisfied with the knowledge of God only through the things others have taught us. When we talk about ministry, teaching, Christian service, worship, praise and prayer, we are usually referring to activities that take place during a service at church. It is time for Christ to be known in every aspect of our lives.
The Holy Spirit wants to show us the manifold wisdom of God at all times and in every aspect of our lives. The Holy Spirit wants us to understand that everything we do needs to be done with the wisdom and understanding of God.
In the Book of the Acts, most of the miracles were not performed in the midst of the congregation of believers. More than 90 percent of them were performed in the work place, in the market place, in the main square and in the streets.
TODAY'S PRAYER:
Lord, forgive us for confining Your activity to the church setting. Break us out of our restrictive molds so we can see You work mightily in our world.
Leun stevig op Mij en Mijn Woord, zelfs nog meer dan ooit tevoren! Mijn
belofte is waar. Herinner je de dingen die Ik je heb laten zien. Wees
bemoedigd. Dring door, kostbare, want Ik Ben zelfs nu met je. Ik hou
van je en zal je nooit verlaten.
Ik weet dat het moeilijk is om door deze transitie heen te gaan maar je
bent precies waar je behoort te zijn! Het is geen vergissing dat je in
deze plaats bent. Geboorte geven is pijnlijk en je visie is misschien
vertroebeld door de tranen, maar blijf standvastig op koers want de
nieuwe geboorte komt spoedig, machtig in liefde voor Mijn bestemming.
Blijf bij de visie die ik je heb getoond vanaf het begin van deze
nieuwe weg. Ik de Heer jouw God verander niet en wat Ik gezegd heb en
je hebt laten zien is nog steeds waar! Ik zal je er doorheen brengen
met liefde door Mijn Woord van belofte en afmaken wat we al reeds samen
zijn begonnen.
Ik hou van je en Ik ben verheugd om je de verlangens van je hart te
geven. Ik weet hoeveel je van Mij houdt wanneer Ik alleen maar naar je
hart kijk en zie dat het waarlijk voor Mij klopt, elke dag die we samen
wandelen!
Ik weet dat je je af en toe zo eenzaam voelt wanneer Ik de weg aan het
bereiden ben, maar herken de liefde in je midden wanneer Ik je tranen
afveeg. De tegenstander probeert en komt tegen je op in de stilte van
de nacht. Maar Ik heb Mijn engelen uitgezonden om je meer vrede te
brengen en Mijn Geest van troost is altijd met en in je. Strek je
gewoon naar Mij uit en geloof. Ik Ben hier.
Ik Ben reëler dan dat je jezelf toestaat om te bevatten. Kijk naar Mij!
Focus jezelf! Mijn Koninkrijk en heerlijkheid zijn hier. Ik openbaar je
iedere stap met kristalheldere richting. Luister. Je wandelt in Mijn
Goddelijke bestemming. Wees geduldig!
Luister rustig en wacht op Mijn stem. Ik Ben spreekt zelfs nu tegen je.
Mijn stem is liefde en spreekt met zachte vastheid en goddelijke orde.
Luister niet naar de stem van de vreemdeling. Hij probeert zelfs nu om
vanuit de achtergrond op te staan. De vijand is in paniek wanneer je je
Mijn kracht en de autoriteit binnen in je begint te realiseren. Hij zal
proberen en je trachten over te halen met valse troost. Bied er
weerstand tegen! Hij zal allerlei soorten vuile leugens tegen je roepen
en schreeuwen! Bied er weerstand tegen! Sta stevig op Mijn Woord!
Één woord van je lippen tegen hem……… “Ga! In Jezus naam” en hij moet van je weggaan.
Blijf je uitstrekken naar de Liefdeshand van bestemming. Je zult meer
en meer in de Waarheid zien iedere dag. Blijf deze koers gaan en houd
je vertrouwen in Mij. Wanneer je niet weet wat je moet doen….. Zing
lofprijs voor Mij….wat er ook voor dingen om je heen gebeuren. Het
licht van Mijn heerlijkheid schijnt en Ik ben in het midden van je
lofprijs. Zing, zing lofliederen naar de Heer jouw God die je bevrijdt
uit de duisternis.
Denk aan Paulus en Silas toen ze gevangen waren omwille van Mij, ze
stortten hun lofprijs en dankzegging uit, ze bleven gefocust op de
belofte van die Ene die Zijn volk bevrijdt. De grond begon te schudden,
de kettingen werden gebroken, de deur vloog open en iedereen die daar
was werd bevrijd. Mijn licht kwam binnen en de gebondenheid werd
verbroken………..
Ja kind, je bent vrijgezet, ga zonder reserves in vrede verder. De deur
van angst en onzekerheid heb ik verzegeld gesloten. Naast je lopen
Geloof, Hoop en Liefde. Vrijheid en Bevrijding volgen. Leun stevig op
Mij. Ik zal je uitleiden! Ik Ben jouw God die je redt. Je bent van Mij.
Je bent van Mij en ik hou van je.
Door Cynthia Ysasis
vertaald door Jefferie Lammers
colofon
Davids tabernakel e-journaal is een e-zine die regelmatig verschijnt
(klik hier voor info) en is gecreëerd om de gelovigen in Yeshua de
Messias (Jezus Christus) te informeren, op te bouwen en toe te rusten
d.m.v. apostolische & profetische woorden en/of artikelen. Het
e-journaal wil daarbij bijdragen aan het herstel van alle dingen
voordat Yeshua de Messias opnieuw zal terugkomen. Een belangrijk
onderdeel in dat herstelplan is de wederoprichting van de vervallen
tabernakel van David, het apostolische & profetische huis van David
(Am.9:11-15/Hand.15:16,17), een “prototype” (schaduw) van de Gemeente
van de Messias.
Davids tabernakel e-journaal wil een plaats langs de “digitale snelweg”
zijn en creëren waar ook m.n. “onbekende” profetische en apostolische
“stemmen” kunnen delen wat zij menen van de Heer te hebben “gehoord”.
De lezers worden daarom aangemoedigd artikelen en/of woorden naar de
redactie te mailen, om deze mogelijk in een volgende editie te kunnen
delen met andere gelovigen.
(c) Het overnemen van artikelen en woorden die zijn gepubliceerd op de
e-zine en website van Davids tabernakel is toegestaan, mits deze
voorzien zijn van een duidelijke bronvermelding – www.davidstabernakel.nl - of anders is aangegeven.
Wanneer dit e-journaal je is doorgestuurd en je hebt meer interesse,
bezoek dan de website en schrijf je in voor een gratis abonnement.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Davids tabernakel, is een non-profit werk (bediening) dat niet wordt
gesubsidieerd maar middels giften, financiële support en activiteiten
zichzelf bedruipt. Daarbij primair vertrouwende op de voorziening van
de hemelse Vader, die voor Zijn kinderen en (mede) door Zijn kinderen
voorziet. Davids tabernakel e-journaal is een van de activiteiten van
Davids tabernakel, een apostolische & profetische
eindtijd-bediening.
Weet je je gezegend door de bediening van Davids tabernakel en/of heb
je het op je hart om dit werk financieel te zegenen? Maak dan een gift
over op rekeningnummer 31.63.03.658 t.n.v. stichting Davids tabernakel
in Gorinchem.
De levende, ademende, bovennatuurlijke kerk!
Bereid jezelf voor! We bevinden ons in tijden van grote verandering! Een generatie is aan het opstaan, en is zelfs al aanwezig, die niet langer genoegen neemt met “zondagmorgen christendom.” Weet alsjeblieft en begrijp dat ik van de Kerk houd, de echte Kerk. De “kerk” echter zoals we die kennen, staat op het punt om dramatisch te worden veranderd.
We gaan van “het gaan naar de kerk” en het zorgen voor “zondagmorgen christendom,” naar “het zijn van de Kerk” – een machtig, bovennatuurlijk leger gevuld met kracht en toegerust om aanvallend voort te gaan en het Koninkrijk van God te vestigen over heel de aarde!
We moeten begrijpen dat toen we redding ontvingen en opnieuw werden geboren, we niet bij een sociaal clubje of wereldreligie genaamd christendom zijn gekomen. We zijn wedergeboren en een bovennatuurlijke God woont in ons die kwam om Zich met onze geest te vermengen en ons te transformeren in een nieuwe schepping met een hemelse natuur – de DNA die God heeft woont nu in ons!
De echte Kerk is geen gebouw, denominatie of club. De echte Kerk is een levende, ademende, bovennatuurlijke, hemelse, nieuwe-schepping creatie die het ware Koninkrijk van God brengt en openbaart op deze aarde.
Op dezelfde wijze dat God woonde in een box die “de ark” heette, in het oude testament, woont Hij nu in een volk en wacht om Zijn heerlijkheid door diegenen te tonen die slechts willen geloven. Je bent niet slechts een opslagplaats of een wachtkamer waar God verblijft. Je hebt feitelijk de DNA, of natuur van God in je. Op dezelfde manier dat appels appels produceren, en sinaasappels sinaasappels voortbrengen, brengt God zonen en dochters voort op het moment van hun redding! Je bent een doorgang – een poort – waar de hemel op de aarde binnenkomt.
De kerk is al tientallen jaren, en zelfs al eeuwen, in een identiteitscrisis, en ontvangt nu een Geest van wijsheid en openbaring in het kennen van God. Als kerk, beginnen we wakker te worden en ons te realiseren dat we een identiteit hebben en een doel dat ver uitstijgt boven het gewone “naar de kerk gaan,” en we beginnen ons te realiseren dat we het Lichaam van Jezus Christus zijn op deze aarde. Dezelfde tegenwoordigheid en kracht die Jezus Christus manifesteerde in Zijn menselijke lichaam, zal Hij nu gaan manifesteren door Zijn gemeenschappelijke Lichaam, de Kerk. Een leger staat op en het is tijd!
Het eeuwige doel en geheimenis
Jezus is enorm serieus over het ontvangen van Zijn erfenis, en Zijn erfenis is verbonden met het vervullen van onze bestemming als gelovigen. De erfenis van Jezus kan worden gevonden in Efeziërs 3: 8-11.
Jezus liet Zijn bloed vloeien om Zichzelf een Bruid te verwerven. Er is echter meer in dit verhaal dan alleen een bruiloft. Deze Bruid (die jij tussen haakjes bent) wordt opgericht als het wapen van God in Zijn hand om de overwinning te bewerken die al reeds behaald is over Zijn vijand, en de overwinning van Jezus Christus aan alle demonische machten te tonen. De Kerk heeft een bestemming en een doel om de heerlijkheid en overwinning van God aan de overheden, machten, wereldbeheersers, en de boze geesten in de hemelse gewesten te tonen.
Dit betekent dat de Kerk niet de positie moet innemen van een toeschouwer, maar veeleer een aanvallende positie. Te lang is de Kerk bevangen geweest met een opname-mentaliteit van, “blijf gewoon volhouden totdat Jezus komt en dan zal Hij ons uit deze rotzooi redden.” Deze mentaliteit staat eenvoudigweg niet in lijn met de Bijbel, en deze generatie wordt wakker voor de realiteit van onze roeping en eeuwig doel als een leger van God met een mandaat om de overwinning te bewerken die Jezus won door Zijn bloed wat gevloeid heeft.
Het tegengif van de hemel
Ik ben er zeker van dat jullie allemaal hebben gezien dat de staat en het welzijn van de wereld hard achteruitgaat. Sinds dat Adam in de hof van Eden gezondigd heeft is er een demonische vloek en demonische heerschappij die deze planeet beheerst, en satan, onze vijand, heeft de titel aangenomen, “god van deze wereld.”
Je moet echter weten dat satans macht alleen verblijft in onze onwetendheid. Wanneer wij, als de Kerk, onwetend zijn over onze identiteit en roeping als vertegenwoordigers van de hemel, dan blijft de duivel op een plaats en positie van macht.
Satan kromp van angst ineen toen Jezus als de “Laatste Adam” (zie 1 Cor. 15:45) ten tonele verscheen omdat hij zich bewust was van het feit dat Jezus wist wie Hij was, en dat Jezus duidelijk was over Zijn mandaat om te regeren en te heersen over de machten van de duisternis, en om iedere stam, tong en natie van demonische onderdrukking en gebondenheid te bevrijden.
Jezus, als de “laatste Adam,” vervulde eenvoudigweg het mandaat dat de “eerste Adam” liet vallen. Overal waar Jezus kwam, was hij op een missie om de heerlijkheid en superioriteit van God over de werken van de duivel te demonstreren en te tonen. Wist je dat de Bijbel zegt dat Jezus “de eerstgeborene onder vele broederen” is?
Jezus was de eerste van een nieuw prototype op de aarde. Hij kwam om geboorte te geven aan een “nieuw ras” van mensen die uit God geboren waren en in wie Hij zou wonen, en die de mantel en het mandaat van de hemel zouden oppakken en dragen dat eerst aan Adam was toevertrouwd.
Net zoals een dokter een tegengif geeft aan een patiënt wiens lichaam is gevuld met gif, alzo is de Kerk het hemelse tegengif voor de demonische vloek die de aarde
vult! Te lang, is de Kerk tevreden geweest om de wereld te laten afdalen in totale chaos, terwijl ze hoopte en bad dat Jezus zou komen en ons uit deze rotzooi zou opnemen.
Het hart van deze generatie begint echter te kloppen in hetzelfde ritme als dat van de hartslag van God. We worden wakker en beginnen te beseffen dat wij het antwoord en het tegengif zijn, en zijn aangesteld op deze aarde met een mandaat om de werken van de duivel te vernietigen – om de hemel naar de aarde te brengen op een dagelijkse basis!
Ik heb een visie om authentiek christendom te zien worden geopenbaard op aarde door de Kerk – het Lichaam van Christus. God heeft het zo ingesteld dat Zijn heerlijkheid tentoongesteld zou worden door een volk wat totaal is toegewijd en van Hem houdt. Deze generatie moet worden toegerust en getraind om in een dergelijke plaats van intimiteit en gemeenschap met de Heer te leven – waar Zijn heerlijkheid werkelijk onder ons is door tekenen en wonderen.
Jezus Christus is gezonden en leefde Zijn leven als een prototype van wat mogelijk en beschikbaar voor een ieder van ons is als gelovigen. Jezus leefde Zijn leven van dag-tot-dag vanuit de intieme stem van God, en bracht Zijn koninkrijk –het bovennatuurlijke gebied van de hemel – naar de aarde met tekenen en wonderen die Hem volgden. De roep van de hemel in deze eindtijd is om een overblijfsel van mensen te zien die zich roekeloos hebben overgegeven en hun God liefhebben, die door intimiteit, het werk van de duivel vernietigen, en het gebied van de hemel dagelijks naar de aarde brengt.
De heerschappij van God is hier!
Tientallen jarenlang heeft de Heer waarheid in de Kerk hersteld die gedurende de donkere middeleeuwen verloren was gegaan. We zijn nu gekomen bij een “kruising van de volheid van tijd,” en we gaan een seizoen binnen waar het geluid van de leeuw van Juda wordt gehoord, met een leger van gelovigen dat opstaat uit apathie en zelfgenoegzaamheid, in afwachting staat opgesteld, klaar om de marsorders te ontvangen van de Koning der Koningen. Het is tijd voor de Kerk om onze woestijnreizen te beëindigen en over te steken naar onze bedoelde bestemming en beloofde land.
Profetisch gesproken, vertegenwoordigt ons beloofde land de heerschappij van God. Vanaf het begin, had God het plan voor Adam om heerschappij te hebben, en de aarde te onderwerpen en te vullen met Zijn heerlijkheid. De Kerk heeft door de woestijn gezworven zonder doel, net zoals Israël dat deed, maar nu is het tijd om het mandaat op te pakken dat Adam liet vallen en het koninkrijk van God over de hele aarde te vestigen en uit te breiden.
Jesaja 9:6 zegt dat Jezus was gezonden naar de aarde om de heerschappij van God op de aarde terug te brengen, en Hij droeg Zijn hemelse heerschappij op Zijn schouders. Het gaat verder en zegt, “Aan de toename van Zijn heerschappij en vrede zal geen einde komen…” (lett. vert. vanuit een Engelse Bijbelvert. – noot v.d. vert.) (Jesaja 9:7). Weet je wat? Jij, als een wedergeboren gelovige, bent de toename van de heerschappij van God in deze wereld.
De Bijbel gaat verder en zegt dat, “…..De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen” (Jesaja 9:7). Grote ijver wordt uit de hemel op deze generatie in dit uur uitgegoten. Het leger van gelovigen op deze aarde komt op een lijn met het leger van de heerscharen van de hemel. Een leger staat op om de werken van de duivel te vernietigen en de heerlijkheid van onze God in dit land vrij te zetten!
Een alarm klinkt vanuit de hemel, “Kies deze dag wie je dienen zult.” Velen in het lichaam van Christus hebben al gekozen om God te dienen, maar de brandende vraag is nu, “Wie staat er op met brandende passie en pakt het mandaat van de hemel op om het Koninkrijk vandaag UIT TE BREIDEN?”
Ryan Wyatt
Abiding Glory Ministries
vertaald door Jefferie Lammers
bron: www. davidstabernakel.nl © Het overnemen van artikelen en woorden voor publicatie en/of distributie is toegestaan, mits deze in het geheel worden overgenomen en de juiste bronvermelding wordt vernoemd.
Stil zijn opent een kanaal van communicatie tussen ons en de hemel.
Ieder van ons heeft achtergrondgepraat dat plaatsvindt in ons denken.
Hoofdruis, zoals mijn vriend, de Britse psycholoog Jim McNeish het
noemt, is een innerlijke stem, een soundtrack voor onze levens
(soundtrack: geluidsspoor, geheel van vooraf opgenomen
achtergrondgeluiden in een film, noot v.d. vert.). Het is vergelijkbaar
met een special feature op een DVD (special feature: extra bestand bij
een film, met bijvoorbeeld een becommentarieerde impressie van het
wordingsproces van de film, noot v.d. vert.): een voortdurende, één
richting opgaande stroom van gepraat in ons bewustzijn, dat commentaar
levert op ons leven zoals het zich ontvouwt. Stilte gaat niet over het
tot rust komen op een bepaalde locatie, hoewel dat vaak helpt, maar
over het stil maken van die stem in je hoofd. Er is discipline voor
nodig om die stem tot rust te brengen, maar je moet het wel doen. En je
kunt het doen, omdat God bij je is.
Het is dit aanvankelijke hoofdruis dat we omzetten in “gebeden” wanneer
we ons te snel haasten tot voorbede. Omdat we onszelf niet stil gemaakt
hebben, bidden we in onze eigen kracht, en komen we bij Gods deur onder
het gewicht en de paniek van de omstandigheden die ons voor ogen staan.
We spreken vaak en zijn zelden stil – eigenlijk zijn we helemaal het
tegenovergestelde van God.
God is altijd stil en Hij spreekt zelden. Dus er is een verschil tussen
de Heer die spreekt in ons, en de Heer die spreekt tot ons. Wanneer we
zeggen: “Hé, God sprak tot mij,” dan is meestal het volgende gebeurd:
uit een opslagplaats van woorden, gedachten, overwegingen, gesprekken
en de Bijbel, die we meedragen in onze geest, heeft God iets uitgekozen
dat Hij eerder tegen je heeft gezegd en heeft Hij dit teruggebracht in
je bewustzijn. Zoals een computergebruiker een bestand opent, haalt God
de schat naar boven die Hij al heeft opgeslagen in ons. “Hé, ja,”
denken we, “dat heeft betekenis. Dat is de Heer die spreekt.” Bij het
zwijgen van God zijn Zijn woorden de leestekens, en wanneer God
spreekt, is het een hele gebeurtenis. Wanneer Hij tot je spreekt, wordt
er iets meegedeeld.
Zijn aanwezigheid is diepgaand. Ooit sprak Hij éénmaal, en de hele
aarde ontstond. Wanneer God spreekt gebeurt er iets, wordt er iets door
elkaar geschud, wordt er iets geschapen en geproduceerd. Wanneer de
Heer tot ons spreekt, is er altijd een dynamisch overblijfsel van Zijn
aanwezigheid dat bij ons blijft – het is een sleutelmoment!
In Psalm 46:10 zei God tegen David: “Wees stil, en weet dat Ik God
ben.” Het was een woord dat een diep besef van de aanwezigheid van God
gaf aan David toen hij verkeerde in moeilijke omstandigheden. Het is
interessant dat Psalm 46 begint met een aardbeving en eindigt met “Wees
stil.” Alleen God kan praten over stilte midden in een aardbeving.
Wanneer het hele landschap van je leven verschuift onder je voeten, kan
alleen God zeggen: “Wees stil, en weet dat ik God ben.”
Kennis van God komt door vrede en stilte. God wil ons de strijd
inzenden, maar als we van tevoren al geen stilte vinden, hoe zullen we
dan ooit vrede vinden tijdens het gevecht? Rust is ons beste wapen
tegen de vijand, omdat rust ons in staat stelt te schuilen in onze
geheime plaats (lett. vert. vanuit het Engels wat in het Nederlands
vaak wordt vertaald met “schuilplaats,” noot v.d. vert.) in God. De
duivel haat je met een kwaadwilligheid en kwaadaardigheid die
onvoorstelbaar is, maar hij is niet dom: hij zal je niet het heilige
der heiligen – de aanwezigheid van God zelf – injagen, omdat hij weet
wie hij daar zal ontmoeten. We hebben het nodig te leren hoe God te
gebruiken als onze toevlucht, als onze burcht, als onze hoge plaats,
als onze verborgen plaats waar de vijand ons niet kan raken. Als de
vijand je niet kan vinden, kan hij je niet verwonden. God heeft
voorzien in een geheime plaats in Hem voor jou.
Je moet je vermogen verliezen om in paniek te raken als je gaat
wandelen met God. Je moet je vermogen verliezen om bezorgd en angstig
te zijn als je gaat wandelen met God. Er is een verborgen plaats
weggelegd voor ieder van ons. God is liefde en in Zijn liefde heeft Hij
een plaats gereserveerd waar je kunt leven in Hem ongeacht de
omstandigheden. Hij houdt ervan mensen te leren waar die plaats is,
omdat wanneer Zijn kinderen terechtkomen in hun geheime plaats, ze in
staat zijn ten volle het leven te genieten. Het maakt niet uit welke
moeilijkheid tot hen komt – ze kunnen de uitdaging aan. Zonder stilte
is onze ervaring met God beperkt. Stilte is de voorloper van rust in de
Heer; een geestelijke discipline die ons meetrekt in een voortdurende
ervaring van Zijn aanwezigheid. Het is deze rust, deze stilte, deze
verborgen plaats van God, die ruimte geeft aan onafgebroken gemeenschap
met Hem; het geeft ruimte aan wat de Bijbel noemt onophoudelijk gebed.
Graham Cooke
Vertaald door Lisette van Veluw
bron: www. davidstabernakel.nl
© Het overnemen van artikelen en woorden voor publicatie en/of
distributie is toegestaan, mits deze in het geheel worden overgenomen
en de juiste bronvermelding wordt vernoemd.
Bron: http://www.davidstabernakel.nl/index.php?type=home
De Reis
In mijn droom zie ik een man die eenzaam over een weg voorttrekt.
Terwijl de zon achter de heuvels wegzakt, doemt in de verte een stad
op. Wanneer de reiziger dichterbij komt, ziet hij een groot aantal
gebouwen die op kerken lijken. Torens en kruisen tekenen zich af tegen
de snel donker wordende lucht. Hij gaat sneller lopen. Is dit zijn
bestemming? Hij passeert een indrukwekkend gebouw waarop in grote
neonletters' Kathedraal van de Toekomst' geschreven staat. Verderop
ziet hij een groot reclamebord boven op een fel verlicht stadion staan
dat vermeldt dat daar drie keer per week vijftigduizend mensen voor
evangelisatiebijeenkomsten samenkomen. Voorbij het stadion ziet hij aan
de hoofdweg bescheiden kerkjes en Hebreeuwschristelijke synagoges staan.
"Is dit de Stad van God?", hoor ik de reiziger vragen aan een vrouw in een informatiestand op het centraal gelegen plein.
"Nee, dit is Christenstad", antwoordt ze.
"Maar ik dacht dat deze weg naar de Stad van God leidde!", roept hij teleurgesteld uit.
"Dat dachten we allemaal toen we hier aankwamen", antwoordt ze met een meevoelende toon in haar stem.
"De weg gaat verder de berg op, nietwaar?", vraagt hij.
"Dat weet ik echt niet", antwoordt ze voorzichtig.
Ik zie hoe de man in de vallende duisternis de berg op gaat lopen.
Wanneer hij de top bereikt, ziet hij alleen maar duisternis. Het lijkt
erop dat er niets, helemaal niets aan de andere kant van de berg is.
Hij gaat weer terug en neemt een kamer in een hotel in Christenstad.
Om een of andere reden wordt hij de volgende morgen bij het aanbreken
van de dag niet erg uitgerust wakker. Opnieuw volgt hij de weg die de
berg opgaat. In het licht van de zon dat snel sterker wordt, ontdekt
hij dat wat er gisteren uitzag als een grote leegte in feite een
woestijn is. Zover het oog kan reiken, ziet hij een droge, hete en
heuvelige zandvlakte. De weg versmalt zich tot een nauw voetpad dat een
duin opvoert en over de top verdwijnt. "Is dit wel het pad dat naar de
stad van God voert?", vraagt hij zich hardop af. De weg ziet er
verlaten en nauwelijks betreden uit.
Besluiteloosheid overvalt hem en hij keert weer terug naar christen
stad waar hij in een christelijk restaurant een lunch nuttigt. Terwijl
de muziek van een gospelplaat klinkt, hoor ik hem aan de man die aan de
tafel naast hem zit: "De weg die de berg op leidt, naar die woestijn,
is dat niet de weg naar de Stad van God?"
"Wees geen dwaas!", antwoordt zijn buurman vlug. "Iedereen die ooit dat
pad op gegaan is, is verdwenen; opgeslokt door de woestijn! Als u God
zoekt, dan zijn er genoeg goede kerken in deze stad. Kies er een uit en
wordt deel van de gemeenschap."
Nadat hij met een vermoeide en verwarde blik in zijn ogen het
restaurant verlaten heeft, gaat de reiziger onder een boom zitten. Een
stokoude man komt naar hem toegelopen. Hij spreekt hem op dringende
wijze aan: "Als u hier blijft in Christenstad zult u ook spoedig
wegkwijnen. U moet het pad nemen. Ik hoor thuis in de woestijn die u
eerder gezien hebt. Ik ben naar u toegezonden om u te bemoedigen. Trek
verder. U zult nog heel wat kilometers moeten reizen. U zult in de
hitte lopen en dorst hebben, maar engelen zullen met u meegaan en er
zullen onderweg bronnen zijn. Aan het einde van de reis zult u dan bij
de Stad van God aankomen! U hebt nog nooit zo'n mooie stad gezien!
Wanneer u daar aankomt, zullen de poorten voor u opengedaan worden,
want u wordt er verwacht."
"Wat u me vertelt klinkt geweldig", antwoordt de reiziger. "Maar ik ben
bang dat ik de tocht door de woestijn niet zal overleven.
Waarschijnlijk is het beter voor mij om hier in Christenstad te
blijven."
De oude man glimlacht. "Christen stad is de plaats Voor de mensen die
wel een godsdienst willen, maar die hun leven niet willen prijsgeven.
De woestijn is het gebied voor de mensen die in hun hart zo'n dorst
naar God hebben, dat ze gewillig zijn om zichzelf in Hem te verliezen.
Vriend, toen Petrus zijn boot aan land trok en alles achter zich liet
om Jezus te volgen, trok hij de woestijn in. Toen Matteüs zijn tolhuis
verliet en Paulus zijn Farizeïsche achtergrond, toen verlieten ook zij
een stad, die heel veel op deze stad lijkt, alleen om Jezus te kunnen
volgen. Wees niet bang. Velen zijn u voorgegaan."
Ik zie hoe de reiziger zijn ogen afwendt van de vurige ogen van de oude
man en hoe hij de drukte van Christenstad op zich laat inwerken. Hij
ziet mensen die druk heen en weer lopen met hun bijbels en hun
glanzende attachékoffers. Zij zien eruit als mensen die weten waar ze
heen gaan en waar ze mee bezig zijn. Maar het is duidelijk dat ze iets
missen wat de oude man, die de ogen van een profeet heeft, wel heeft.
In mijn droom stel ik me voor wat er op dat moment door het hoofd van
de reiziger gaat. "Als ik die weg door de woestijn neem, hoe kan ik er
dan zeker van zijn dat ik mezelf inderdaad in God ga verliezen? In de
Middeleeuwen probeerden de mensen zichzelf in God te verliezen door de
wereld achter zich te laten en een klooster in te gaan. Hoe
teleurgesteld waren velen van hen toen zij ontdekten dat ook daar de
wereld bij hen was! En hoe zit het met de mensen in Christenstad die
zich aan het voorbereiden zijn om het een of andere oerwoud in te
trekken of om in een krottenwijk te gaan wonen; misschien hebben zij
wel meer het besef dat je je leven moet verliezen in God. Maar ja, het
is ook een feit dat iemand tot de uiteinden van de aarde kan reizen
zonder iets van zichzelf te verliezen."
De reiziger keert zich naar de oude man en ziet dat deze de smalle weg
op is gegaan die leidt naar de rand van de woestijn. Plotseling besluit
hij om achter de oude man aan te gaan. Hij springt op en rent achter
hem aan. Wanneer hij hem ingehaald heeft, wisselen ze geen woord met
elkaar. De oude man gaat ineens abrupt rechtsaf en leidt hem een andere
heuvel op. De weg wordt steeds steiler naarmate hij naar de top van de
berg stijgt die in een heldere wolk gehuld is. Het is een moeizame klim
naar boven. De reiziger wordt draaierig en zijn stappen worden onzeker.
Zijn gids pauzeert even en biedt hem water aan uit een veldfles die hij
over zijn schouder heeft hangen. Helemaal buiten adem, drinkt hij het
water met grote slokken en zegt dan verbaasd: "Dit is het lekkerste
water dat ik ooit gedronken heb. Bedankt."
"Kijk daar." De oude man wijst naar het landschap dat voor hen ligt.
Het ziet er niet meer zo monotoon en verlaten uit als het eerst geleken
had. De woestijn is vol van allerlei in elkaar overgaande kleuren.
Helemaal in de verte is een stralend licht te zien. Het beweegt zich
aan de horizon alsof het leeft. "Dat is de Stad van God! Maar voor u
daar kunt komen, zult u eerst de vier woestijnen, die u hier voor u
ziet, moeten doorkruisen. Direct onder ons bevindt zich de woestijn van
vergeving."
De reiziger ziet kleine figuurtjes in het landschap onder zich die zich
langzaam in de richting van de Stad bewegen. Ze zijn vele kilometers
van elkaar gescheiden.
"Hoe kunnen ze de eenzaamheid overleven?", vraagt de reiziger. "Zouden
ze er niet veel meer baat bij hebben om samen met elkaar te reizen?"
"Weet u, ze zijn niet alleen. Iedereen wordt door de vergeving van God
vergezeld. Ze worden verzwolgen door de eindeloze woestijn van de
barmhartige genade van God. Terwijl ze voorttrekken zegt de Heilige
Geest tegen hen: "Zie, het Lam Gods, dat de zonde van de wereld
wegneemt!" Terwijl ze voorttrekken, worden ze hersteld."
Voorbij deze woestijn is een uitgebreide blauwe vlakte te zien. "Is dat een zee?", vraagt de reiziger.
"Het ziet er uit als water, maar het is een zee van zand. Dat is de
woestijn van aanbidding. Hier, kijk eens door mijn verrekijker en dan
zult u zien dat ook daar mensen lopen. Zie hoe ze groepen gaan vormen.
Hier ervaren ze in de aanbidding voor het eerst iets van de vreugde van
de Stad. Ze ontdekken dat ze geschapen zijn om God te aanbidden. Dat
wordt het doel van hun leven; de bron van alles wat ze doen."
"Aanbidt men God dan niet in Christenstad? Wat is er zo bijzonder aan deze woestijn?"
"Aanbidding, echte aanbidding kan pas in iemands leven tot stand komen
wanneer men zich geheel en al aan de woestijn van Gods tegenwoordigheid
overgegeven heeft. Vanuit deze woestijn gaat het hart God aanbidden in
geest en in waarheid."
Achter de blauwe woestijn bevindt zich een woestijn van waaruit rode,
vurige bergen oprijzen. De oude man legt aan de reiziger uit dat die
rode bergen deel uitmaken van de woestijn van gebed.
"Wanneer reizigers door deze woestijn trekken, ervaren ze heel sterk
dat ze zich af willen afzonderen van alles wat hen van God kan
afleiden. Ze verlangen ernaar zich volledig te concentreren op het
gebed. Hier leren ze al gauw dat de enige manier om te overleven in een
voortdurend roepen tot God ligt. Tegen de tijd dat ze de woestijn
verlaten, is gebed hun grootste passie en vreugde geworden.
In het begin lijkt het of de stad van God zich meteen achter de
woestijn van gebed bevindt maar tussen de bergen ligt nog een woestijn
verborgen die u door moet trekken om. uw bestemming te bereiken. Deze
woestijn wordt eenvoudigweg 'de oogst' genoemd. U zult het weten
wanneer u er bent. En achter de oogst ligt de Stad. Daar is uw naam
bekend. Vol verwachting ziet men daar uit naar uw komst. Kom, laten we
aan de reis beginnen."
"Het vallen van de avond lijkt me niet het geschiktste moment om een reis te beginnen", zegt hij.
"Ga niet terug naar Christenstad!", zegt de oude man met aandrang.
"Maar dit lijkt me niet het geschiktste moment! Als ik nou eens eerst
goed ga slapen en dan morgenvroeg aan de reis begin?", vraagt de
reiziger.
"Uw rust ligt hier voor u", zegt de oude man vol overtuiging. "Ga
verder, ga de woestijn in. De Heilige Geest zal u bijstaan. Wees niet
bang om uzelf te verliezen in God. U zult nergens anders leven vinden."
De woestijn van vergeving
De oude man laat de reiziger alleen achter in het duister aan de rand
van de woestijn. Christenstad is helemaal verlicht en lijkt de reiziger
te roepen. Ik zie dat hij zich een beeld begint te vormen van een
aangenaam gesprek boven een warme maaltijd en een warm, comfortabel
bed. Maar dan zie ik hoe hij zich opeens resoluut omdraait. Hij zegt in
zijn gedachten: "Dit, is zonder twijfel de weg die ik moet nemen. Het
is zeker dat ik mijn leven alleen zal vinden als ik bereid ben het te
verliezen. Maar hoe kan ik met zekerheid WETEN dat ik, wanneer ik dit
pad in de woestijn neem, mezelf verliezen zal in God en niet alleen in
de woestijn? Ik ken veel voorbeelden van mensen die een eenzaam pad
gevolgd hebben dat hen niet naar de Stad van God heeft gevoerd.
Sommigen van hen kregen zulke onrealistische gedachten en hadden zulke
vreemde ervaringen dat hun leven en hun denken vernietigd werden. Het
gevaar van een minderwaardig leven in Christenstad zal afgewogen moeten
worden tegen de mogelijkheid dat ik het leven zal verliezen in een
woestijn van geestelijke misleidingen. Ik ben er zeker van dat in de
duisternis hier voor mij niet alleen de weg naar de Stad van God ligt,
maar ook ontelbare valkuilen die naar de hel voeren, waar men kan
verdwalen in een eenzame leegte. Hoe kan ik er zeker van zijn dat ik
het ware pad steeds zal kunnen onderscheiden?"
Wat in mijn droom eerst een ster leek, die vlak boven de horizon stond,
neemt nu de vorm van een kruis aan dat voor de reiziger boven het pad
gaat hangen. Hij kijkt op en ziet het kruis en ik zie een teken van
herkenning op zijn gezicht. Hij fluistert zachtjes: "Vergeving." En met
diepe eerbied citeert hij: "Daarom
heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen,
buiten de poort geleden. Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de
legerplaats en zijn smaad dragen. Want wij hebben hier geen blijvende
stad, maar wij zoeken de toekomstige" (Hebreeën 13:12-14). Ja, ik ga door!", zegt de reiziger met vreugde en stapt het pad op dat de woestijn in leidt.
Wanneer de dag aanbreekt ziet hij niets dan zand en lucht en een pad
dat van alle andere paden te onderscheiden is door een kruis dat in de
verte, waar het pad en de horizon samenkomen, te zien is. Naarmate de
dag vordert, zie, ik dat de reiziger moe wordt en dorstig en van de
hitte bevangen raakt. Precies als hij op het punt gekomen is dat hij
geen stap meer kan verzetten, verschijnt een vrouw aan zijn zij.
"Achter de volgende heuvel zult u een bron aantreffen", zegt ze. "Ga verder; u bent er bijna", voegt ze er bemoedigend aan toe.
Al gauw ligt hij uit te rusten bij een bron en eet hij het voedsel dat de behulpzame vreemdelinge aan hem geeft.
"Dit is de woestijn van vergeving", legt ze de reiziger uit. "De mensen
denken vaak dat de vergeving die God schenkt eruit ziet als een
prachtig park met bronnen en rivieren en mooi groen gras. Ze begrijpen
niet waarom het een woestijn is. Maar u moet gaan zien dat de vergeving
van God alles omvat, alles! j En dat kunt u alleen in de woestijn
ervaren, daar waar een christen leert om niets te zien, niets te hopen
en niets te waarderen dan alleen het kruis van Jezus." Ze citeert
verschillende gedeelten uit de Galatenbrief voor de reiziger:
"Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het
kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd
is en ik der wereld. Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent
niets, maar of men een nieuwe schepping is. En allen, die zich naar die
regel zullen richten - vrede en barmhartigheid kome over hen, en ook
over het Israël Gods... (6: 16)
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in
de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft
overgegeven. Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht niet; want
indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs
gestorven. (2:20,21)
"Denkt u dat de apostel Paulus door deze woestijn getrokken is?", vraagt de reiziger.
"Jazeker. Jarenlang heeft Paulus hard gewerkt in de stad van
godsdienstigheid en is daar een godsdienstig man geworden. Toch vond
hij geen rust in zijn geest. Toen ontmoette Paulus Jezus en gelijk
vanaf het begin betekende Jezus voor Paulus: vergeving. Hij werd erdoor
overweldigd. Vanaf dat moment was vergeving door het kruis het grote
aandachtspunt van zijn leven. Paulus deed zijn eerste ervaringen van de
realiteit van het Koninkrijk van God juist in deze woestijn op."
"Dus dan wandel ik nu in het spoor van de apostelen!", zegt de reiziger eerbiedig.
"Weet u nog dat moment dat Petrus op bevel van Jezus het net liet
zakken en dat het toen hij het ophaalde, vol vis zat? Zijn eerste
reactie was: "Ga weg, Heer. Ik ben een zondaar!". Jezus antwoordde
toen: "Wees niet bevreesd; Ik zal je een visser van mensen maken."
Jezus zei eigenlijk met andere woorden: "Ik zal je van je zonden
afhelpen." En toen ze daarna hun boten aan wal brachten en alles achter
zich lieten om Jezus te volgen, volgden ze Hem hier naar de woestijn
van vergeving. Nadat Jezus gestorven was voor de zonden van Petrus en
opgestaan was voor zijn rechtvaardiging en toen Jezus op het punt stond
Petrus te vullen met de Heilige Geest, sprak Hij tot deze man die Hem
driemaal verloochend had: 'Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij
waarlijk lief?..Weid Mijn lammeren en Mijn schapen." Door deze vraag
driemaal te stellen en zijn opdracht driemaal te herhalen, ontving
Petrus genezing en vergeving voor zijn ziel."
"Jarenlang al", vertelt de reiziger haar, "probeer ik door te dringen
tot de waarheid die ligt achter de theoretische leerstelling van
vergeving, zoals die waarschijnlijk in Christenstad onderwezen wordt,
opdat ik zo ook zelfvergeving zal leren kennen. Ik wil er in
ondergedompeld worden en me er helemaal in VERLIEZEN. Ik heb er steeds
naar verlangd dat ik Jezus persoonlijk tegen me zou horen zeggen: "Wees
blij, broeder; uw zonden zijn u vergeven." Ik heb er zo naar verlangd
dat het bloed van het kruis door mijn hart zou stromen om het te
reinigen."
"U bent naar de juiste plaats gekomen. Voordat u de andere kant van de
woestijn bereikt zult hebben, zult u de opluchting ervaren hebben die
komt wanneer het gewicht van de zonde dat nog steeds als een blok op u
drukt, van u afgewenteld is.
Dan zult u zonder schaamte voor het aangezicht van God kunnen wandelen.
Zoals u eens een tijd gefixeerd bent geweest op de behoefte om uzelf op
te bouwen, zo zult u spoedig gefixeerd zijn op de vergeving van God."
"Gefixeerd op de vergeving van God?"
"U zult zo gefixeerd zijn op de barmhartigheid van God, dat u voor het
eerst in uw leven geheel vrij zult zijn van de mening van anderen."
"Nee, dat kan niet.", is zijn onmiddellijke reactie.
"De vrouw die de voeten van Jezus waste met haar tranen was zo intens
gefixeerd op Zijn vergeving dat ze zich niets meer aantrok van de
schimpscheuten en de mening van anderen. De melaatse die gereinigd
werd, viel vol vreugde aan de voeten van Jezus neer terwijl hij Hem
dankte voor meer dan alleen de reiniging van zijn lichaam; hij had de
innerlijke genezing van de vergeving ontvangen. Toen Zacheüs de boom
inklom om Jezus te kunnen zien, zag hij zijn eigen vergeving over de
weg naar zichzelf toekomen. Hij raakte zo gefixeerd op de vergeving die
op die dag in zijn leven kwam dat de ketenen van de hebzucht, die rond
zijn hart zaten, braken. U bent op de plaats gearriveerd waar dit ook u
zal gebeuren."
De reiziger zet zijn tocht voort, terwijl zijn geheimzinnige metgezel
een uur of twee in stilte met hem meeloopt en dan ineens verdwenen is.
"Wat een vreugde ervaar ik!", roept de reiziger luid uit. "Dit moet de
vreugde zijn die de discipelen ervoeren toen ze na de hemelvaart van
Jezus naar Jeruzalem terugkeerden."
In een kruisvormig licht wordt de reiziger een andere vrouw gewaar. Ze
wordt zichtbaarder terwijl ze over de top van een duin langzaam naar
hem toe komt lopen. Het lijkt wel of hij haar kent. Aan de uitdrukking
op zijn gelaat zie ik dat ze hem ooit verkeerd heeft behandeld. Haar
ogen zijn gericht op de reiziger terwijl ze naar hem toekomt.
"Wil je me vergeven?", vraagt ze.
De reiziger stopt. De vrouw komt dichterbij en vraagt voor de tweede
keer: "Wil je mij vergeven?" Wanneer ze tegenover elkaar staan, vraagt
ze hem voor de derde keer: "Wil je mij vergeven?" De geheimzinnige
metgezellin van de reiziger is nu weer aan zijn zijde en geeft hem
zachtjes onderricht: "De woestijn van vergeving is niet alleen de
plaats waar we vergeving ontvangen maar het is ook de plaats waar we
vergeving schenken. Deze vrouw is de eerste van een hele stoet mensen
uit uw verleden die u nooit echt vergeven hebt. De bovennatuurlijke
verdraagzaamheid welke uw wezen de hele dag doorstroomt heeft, stoot nu
op de bitterheid die al deze jaren in uw ziel verborgen heeft gelegen.
U moet een keuze maken. De steriele en oppervlakkige vergeving van uw
verleden, die eigenlijk niet meer was dan lippendienst, is volkomen
ontoereikend om u zelfs maar vriendelijk te doen zijn jegens deze
vrouw. Maar de vergeving van God die op een dusdanige wijze in u
gestroomd is dat u erop gefixeerd bent geraakt, zal, wanneer u het
toestaat, nu uit u gaan stromen."
De reiziger neemt de hand van de vrouw in de zijne, kijkt haar in de ogen en antwoordt: "Natuurlijk vergeef ik je!"
Met tranen in haar ogen zegt ze: "Dank je wel". En dan is ze opeens verdwenen.
Dan komt de man uit het restaurant van Christenstad die de reiziger een
dwaas noemde naar hem toe hollen. Hij staat hijgend voor hem, veegt
zijn gezicht af met zijn zakdoek en begint hem om vergeving te vragen.
"Maar natuurlijk," antwoordt de reiziger van harte. "Dat was niets. Denk er maar niet meer aan."
"Vat dit alstublieft niet te licht op. Ik heb uw vergeving echt nodig. Wilt u me echt vergeven, vanuit het diepst van uw hart?"
"Maar ik heb u toch vergeven", zegt de reiziger.
Zijn metgezel verduidelijkt de situatie voor hem. "Hij heeft uw
vergeving echt nodig. Niet uw vriendelijke welwillendheid, maar uw
actieve en oprechte vergeving. Hij heeft uw LIEFDE nodig."
"Mijn vriend, ik vergeef u totaal", zegt de reiziger dan oprecht met diep respect in zijn stem.
De man is zichtbaar opgelucht. "Dank u!", zegt hij en verdwijnt in het
niets. Zijn metgezel herinnert hem aan de verzen van Matteüs 18:21-22,
waar staat:
Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn
broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?
Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot
zeventig maal zevenmaal.
De woestijn van aanbidding
Wanneer ik de reiziger weer in mijn droom zie, roept hij het luid uit:
"Water! Wie zou nu gedacht hebben dat er midden in de woestijn een zee
ligt!" Vanaf de top van een gigantische duin kijkt hij uit over het
blauwe uitgestrekte water dat tot aan de horizon reikt. "Ach nee,
natuurlijk is het geen water", herinnert hij zich weer. "De oude man op
de berg wees hier naartoe en zei dat dit het begin was van de tweede
woestijn." Terwijl hij afdaalt naar de voet van de heuvel ziet hij dat
de vreemde zandzee niet zo vlak is als het er van bovenaf uitzag. Als
een bevroren oceaan strekken de blauwe golven zich tot aan de horizon.
"Misschien is er een relatie tussen deze vlakte en de 'glazen zee' die
zich voor de troon van God bevindt. Misschien dat de golven minder hoog
worden naarmate ik de Stad van God nader."
Plotseling staat er een persoon van onaardse schoonheid op een meter
afstand van de reiziger. "Gegroet", zegt het wezen. "Het is een lange
tocht om over dit gebied te trekken. Velen zijn tijdens deze tocht
omgekomen omdat ze probeerden te voet door dit gebied te trekken. Ik
bied u een alternatief aan."
"Een alternatief?", vraagt de reiziger.
"Ja, ik bezit de macht om deze woestijn vliegensvlug over te steken.
Als u dat wilt, kan ik u veilig naar de andere kant brengen."
"Moet ik daar iets voor doen?"
"Ja, maar ik vraag niet veel van u. Als u neerknielt en mij eer
betoont, zal ik u in een oogwenk naar de overzijde van deze woestijn
brengen."
"Maar dat betekent dat ik u moet aanbidden, nietwaar?"
"Waarom vindt u dat vreemd? Veel mensen doen dat elke dag. U hebt het
zelf ook gedaan voordat u deze woestijn introk. De burgers van
Christenstad aanbidden mij heel vaak. Sommige inwoners van Christenstad
aanbidden hun geld en dienen het als slaven. Je ziet hun ogen oplichten
als ze eraan denken. De liefde voor het geld is juist een teken van
mijn tegenwoordigheid."
"U kunt mij niet vangen met uw gepraat over geld. Daar heb ik in mijn leven geen moeite mee", zegt de reiziger bits.
"Wat dacht u van verliefdheid? Wat is er mooier en fijner dan verliefd
te zijn? Maar wanneer de verliefdheid uw leven gaat worden en uw
gedachten gaat beheersen dan wordt het afgoderij. En achter die
afgoderij schuilt 'geheel de uwe"', zegt hij triomfantelijk. "Maar de
aanbidding die mij persoonlijk de meeste vervulling schenkt, is de
aanbidding die ik krijg van zowel mannen als vrouwen die godsdienstig
succes nastreven."
"Wel", zegt de reiziger en breekt daarmee de opschepperij van het wezen
af: "Als ik u moet aanbidden om in een snel tempo aan de overkant van
deze woestijn te komen, dan ga ik met plezier te voet ook al zal me dat
een eeuwigheid kosten!"
Totaal verslagen, verdwijnt het betoverende wezen.
Ik hoor de reiziger weer in zichzelf overleggen: "Het is dus mogelijk
om in Christenstad uiterlijk alle aspecten van geloof in God te beleven
terwijl men in feite innerlijk bezig is met afgoderij. Nu dat ik die
plaats achter me gelaten heb, zal ik alleen kunnen overleven als ik
mezelf verlies in God. God heeft in Jesaja 43: 19-21 gezegd:
Zie, Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten; zult gij er geen
acht op slaan? Ja, Ik zal een weg in de woestijn maken, rivieren in de
wildernis. Het gedierte des velds zal Mij eren, jakhalzen en struisen,
want Ik geef water in de woestijn, rivieren in de wildernis om mijn
uitverkoren volk te drenken. Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal
mijn lof verkondigen.
Misschien dat een dergelijke aanbidding alleen geboren kan worden in
deze woestijn", in haar dorheid en drukkende hitte en in haar
verblindende licht en intense stilte."
Zijn gedachten worden onderbroken door een plotseling crescendo van
onbeschrijfelijk mooie muzikale klanken en een wonderschoon gezang.
Overal komen stemmen vandaan en toch is er niemand te zien. Vanaf de
top van een blauwe golf ziet de reiziger zeven mensen staan die hun
handen opgeheven hebben naar de hemel en met elkaar lofgezangen zingen
voor God. Maar hun zang klinkt net alsof er miljoenen stemmen klinken!
Dan opent de reiziger zijn eigen mond en er rolt een stortvloed van
lofprijzingen voor God uit.
Tijdens deze lofprijzingen keert zijn geheimzinnige metgezellin weer
terug. Vol vreugde vertelt de reiziger haar: "Hoort u ook hoe de
engelen hun stemmen laten samenklinken met die van de zeven aanbidders?
Ik voel dat ik me op een bepaalde manier hier in de woestijn al in de
buitenwijken van de Stad van God bevind."
Zijn metgezellin antwoordt met een passage uit de brief aan de Hebreeën (12:22-24;28-29):
Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende
God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en
tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die
ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en
tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en
tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der
besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel. Laten wij derhalve, omdat
wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor
God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want
onze God is een verterend vuur.
Na een tijdje sterft het lied weg. Alles wordt stil. Er is niemand te
zien dan de zeven aanbidders die de reiziger de vrede van God toewensen
en in een rij over een duin wegtrekken. De reiziger blijft nu alleen
achter met zijn metgezellin. Zij leidt hem naar een stromend beekje en
voorziet hem opnieuw van een maaltijd.
"Dus dit is de woestijn van aanbidding", roept de reiziger uit terwijl hij nog steeds onder de indruk is van zijn ervaring.
"Ja, hier leren christenen God de Vader te aanbidden in geest en in
waarheid. U zou het de buitenste voorhof van de Stad van God kunnen
noemen; want zoals u gehoord hebt, bevinden de bewoners van de Stad
zich overal om u heen. In de woestijn van vergeving begon u te ervaren
dat de kracht van het bloed van Jezus uw hart van binnen reinigde. Hier
in de woestijn van aanbidding ontvangt u Zijn Heilige Geest. God doopt
u met kracht opdat u Hem zult kunnen aanbidden met een aanbidding, die
in de woestijn die hierna komt, de vorm van daden zal aannemen. In Joël
2:28-29 staat geschreven:
Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al
wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden
zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de
dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest
uitstorten.
"Zoals de aanbidding hier is, heb ik het nog nooit eerder ervaren. Is
dit blijvend?", vraagt de reiziger. "Zal ik ook in de woestijn die
hierna komt nog in staat zijn om God zo heerlijk te aanbidden?"
"Er vinden veranderingen in u plaats en wanneer u de veranderingen
toelaat, zal deze aanbidding voor eeuwig bij u blijven. De Geest die in
u uitgestort is, maakt uw hart open. Uw mond wordt geopend om die
dingen te spreken die God erin legt. 'uw zonen en uw dochters zullen
profeteren'. En uw ogen worden geopend om visioenen te zien en dromen
te dromen. U ontvangt ogen die in staat zijn God te zien."
"Maar gebeuren diezelfde dingen ook niet in Christenstad? Men heeft mij
verteld dat diezelfde dingen iedere zondagavond in de Apostolische Kerk
van de Toekomst gebeuren."
"Het grote verschil, broeder, is dat u hier niet alleen iets proeft van
aanbidding of eraan nipt, hier in de woestijn kunt u uzelf geheel
verliezen in het aanbidden van God zodat al uw lofprijzing en
dankzegging op Hem gericht is. Hier is alles wat u doet louter en
alleen op Hem gericht."
"Maar leidt dat niet tot fanatisme?"
"Fanatiekelingen aanbidden principes, ideeën, mensen en zelfs demonen,
maar nooit God. Deelnemen aan het aanbidden van God is niet de deur
naar fanatisme, maar naar een vrijheid zoals u die nog nooit gekend
hebt. Wanneer u uzelf verliest in het aanbidden van God, is er niet
langer plaats voor het aanbidden van geld, verliefdheid of succes. U
hebt het ware Object van aanbidding gevonden en wanneer u Hem aanbidt,
zult u zelf door Gods Geest vervuld worden."
Met deze woorden verdwijnt zijn metgezellin weer. Wederom is de
reiziger alleen in een zee van blauw zand, verloren in de aanbidding
van God.
De woestijn van gebed
De zee van zand eindigt abrupt aan de voet van een rotsgebergte. Er is
geen vegetatie te zien, alleen maar droge, harde, vuurrode rotswanden.
De beenderen die aan de voet van deze rotsige vuurrode barrière liggen,
zijn het getuigenis van de gevaren van dit verlaten gebied. De reiziger
richt zijn blik geheel op de kruisvormige ster voor hem en loopt verder
terwijl hij in zichzelf Matteüs 7:13-14 citeert:
Gaat in door de enge poort, want wijd is [de poort] en breed de weg,
die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want
eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn
er, die hem vinden.
De reiziger hoort stemmen in de verte. Hij volgt het pad aan de voet
van de berg dat in de richting van de stemmen voert. Het pad verdwijnt
ineens bij een smalle opening tussen de rotswanden in. Hij gaat de
nauwe opening binnen en luistert naar een stem die zo luid door de
bergwanden weerkaatst wordt dat de woorden niet meer te verstaan zijn.
Wanneer hij diep in de rotspas is doorgedrongen, komt de reiziger bij
een reusachtig bewerkte ijzeren poort waar een man tegen een groep
mensen aan het spreken is.
"Dit is de weg, geloof me", zegt de man uitnodigend. De reiziger kan de
woorden nu goed verstaan. "De smalle poort aan mijn linkerhand is _o
roestig dat hij bijna niet meer open te krijgen is. Zou.een zinnig mens
een steil pad willen opgaan als er een goed geplaveid en een door velen
bereisde weg voor hem open ligt? Ga door deze poort en dan zult u uit
deze woestenij zijn nog voor de dag voorbij is. Aan het andere eind
wacht u een maaltijd en een bed. Onderweg is er ieder uur een
rustplaats waar een gebedsbijeenkomst is."
Zonder een moment te aarzelen, gaat de reiziger door de smeedijzeren
poort die de man aanwees en zet zijn reis langs deze weg voort. Anderen
gaan met hem mee. De weg waar hij nu over loopt is mooi gelijkmatig en
plezierig om op te lopen. Het is een heel contrast met het blauwe zand
waar hij zojuist nog doorheen moest ploegen. Een informatiebord
herhaalt nog eens dat er onderweg rustplaatsen zijn waar gebeden zal
worden en waar voedsel beschikbaar is.
Bij de eerste stopplaats aangekomen, praat hij met de vriendelijke
gastvrouw: "Ik ben van ver gekomen. Kunt u me vertellen waar deze weg
heen voert?"
Ze glimlacht en antwoordt: "U zult in een prachtige woning
ondergebracht worden en er zal goed voor u gezorgd worden. Tegen de
avond zal de reis voorbij zijn."
De reiziger trekt verder maar een steeds sterker gevoel van verwarring
komt over hem heen. Na de tocht door het prachtige landschap bevindt
hij zich tegen de avond op een heuvel die uitkijkt over een stad.
"Welkom!", roept een man hem toe die voor een smeedijzeren poort staat
die er precies zo uitziet als de poort waar hij eerder doorheen gegaan
is.
"Dank u", antwoordt de reiziger. "Maar waar ben ik?"
"Hoezo, waar ben ik? Dit is Christenstad!"
Zonder een woord te zeggen, draait de reiziger zich om en rent terug
naar waar hij vandaan gekomen is. Wanneer Christenstad niet meer in
zicht is, gaat hij langzamer lopen maar hij stopt niet tot hij weer bij
de andere poort is, het punt waar hij het verkeerde pad gekozen had.
Hij roept uit: "Ik heb slechts een wens: ik wil de smalle poort vinden
en erdoor naar binnen gaan voordat ik ga rusten. Hoe is het mogelijk
dat ik zo blind ben geweest? Natuurlijk leidt de brede weg naar
Christenstad, de plaats waar je het makkelijk kunt hebben, waar je
nooit jezelf hoeft te verloochenen, waar je geen risico's hoeft te
nemen en waar je geen pijn zult hoeven te lijden of slaap zult hoeven
te missen", voegt hij er spijtig aan toe.
Uiteindelijk ontdekt de reiziger de oude roestige poort. Deze is bijna
volledig overdekt met onkruid en wijnranken. De poort is zo nauw dat
hij er bijna niet doorheen kan.
Wanneer de ochtend aanbreekt, bevindt hij zich op een smal pad dat
steil met rode rotsen aan weerszijden omhoog voert. Er is een geluid te
horen dat lijkt op het ruizen van de wind door de bomen, maar er is
geen wind en er zijn geen bomen. Het geluid wordt steeds luider en
tenslotte is het goed te horen dat het het geluid is van vele stemmen
die aan het zingen zijn. Opeens ziet de reiziger deze mensen voor zich
op het pad lopen. Hij loopt mee in een processie van mensen die
allemaal naar de Stad van God trekken. Terwijl ze daar lopen, zijn deze
mensen allemaal diep in gesprek met een onzichtbare Persoon naast hen.
Sommigen van hen huilen en anderen zijn vreugdevol. Weer anderen noemen
de namen van mensen voor wie ze goede dingen vragen. Er zijn er ook die
aan de mensen die voor of achter hen lopen om hulp vragen, maar toch
gaat hun grootste aandacht uit naar de onzichtbare Luisteraar.
De geheimzinnige metgezellin van de reiziger vertoont zich weer aan hem
en zegt tegen hem: "Het contrast met Christenstad is hier in de
woestijn van gebed het grootst. In Christenstad hebben ze
gebedsbijeenkomsten en de mensen bidden voordat ze gaan slapen. Wanneer
er moeilijkheden in hun leven komen, wordt hun gebed intenser totdat de
crisis weer voorbij is. Maar in de woestijn van gebed wordt gebed de
enige levensstijl, de enige bron van uw bestaan. De tijd is ook voor u
gekomen om uzelf in een leven van gebed te verliezen. Overpeins deze
gedeeltes uit het Evangelie van Lucas;?' voegt ze er nog aan toe,
terwijl ze hem een vel papier geeft waarop geschreven staat:
En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook
Jezus gedoopt werd en in GEBED was, de hemel zich opende, en de Heilige
Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat
er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U
heb Ik mijn welbehagen. (Lucas 3:21-22)
Maar het gerucht over Hem ging steeds verder rond en vele scharen
stroomden samen om te horen en zich te laten genezen van hun ziekten.
Doch Hij trok Zich terug in de eenzame plaatsen om te BIDDEN. (Lucas 5:
15-16)
En het geschiedde in die dagen, dat Hij naar het gebergte ging om te
BIDDEN, en Hij bracht de nacht door in het GEBED TOT GOD. En toen het
dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf
uit, die Hij ook apostelen noemde. (Lucas 6: 12 -13)
En het geschiedde ongeveer acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus
en Johannes en Jakobus meenam en de berg opging om te BIDDEN En het
geschiedde, terwijl Hij in het GEBED was, dat het aanzien van zijn
gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit. (Lucas 9:28-29)
En het geschiedde, terwijl Hij ergens in GEBED was, dat een van zijn
discipelen, toen Hij ophield tot Hem zeide: Here, leer ons bidden,
zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. (Lucas 11:1)
En Hij verliet de stad en ging, zoals Hij gewoon was, naar de
Olijfberg. En ook zijn discipelen volgden Hem. En toen Hij aan die
plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: BIDT, dat gij niet in verzoeking
komt. En Hij zonderde Zich van hen af, ongeveer een steenworp ver,
knielde neder en BAD... (Lucas 22:39-41)
En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt,
kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers, de ene aan zijn
rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde. En Jezus zeide:
VADER, VERGEEF HET HUN, WANT ZE WETEN NIET WAT ZE DOEN. (Lucas 23:33-34)
"Het gebedsleven is iets waar we ons helemaal alleen aan moeten
toewijden. Het voert ons binnen in de gemeenschap met God en met mensen
zoals geen ander middel dat kan", vertelt zijn metgezellin als hij de
teksten gelezen heeft. "Gebed is naar God gaan, naar de deur van de
Vader gaan met het verzoek om brood voor de broeder die het zo hard
nodig heeft. Wanneer u klopt en blijft kloppen zal de deur altijd
opengaan. Altijd. In de gemeenschap met God ontvangt u gaven die u kunt
uitdelen aan anderen. En wanneer u deelt van wat God u gegeven heeft,
zult u gemeenschap ervaren met die anderen. Deze gemeenschap met
anderen is mogelijk zelfs als men verlegen of onervaren is, want het
gebedsleven bevrijdt de bidder van angst voor de mening van anderen en
van angst voor eigen falen."
"Maar is het voortdurende gevaar van die hoge rotspieken en die afgronden dan nodig om te leren bidden?", vraagt de reiziger.
"Weet u, in het verleden riep u tot God telkens als u in nood zat. Hier
leert u uw leven als een onophoudelijke crisis te zien. Dat zal u ertoe
brengen de Heer dag en nacht aan te roepen. 'Zou God Zijn uitverkorenen
niet rechtvaardigen die dag en nacht tot Hem roepen?' Hoe beter ons
zicht is op wat er in de wereld gebeurt - hoe dicht de verschillende
landen bij een' onvoorstelbare chaos zijn - des te beter we zullen
begrijpen dat de enige manier om het leven te kennen, ligt in het dicht
bij God de Vader komen in het gebed en het dag en nacht tot Hem
uitroepen. We bidden onophoudelijk omdat de crisis van het leven op
aarde een dringende zaak is."
"Maar waarom moet dat op zo'n moeizame manier? Het komt op mij over
alsof deze klim door de bergen tot dusver het zwaarste deel van de reis
is."
"Dat komt omdat gebed onze belangrijkste taak is. Een geordend
gedachteleven, concentratie, een actieve wil en onze beste krachten
zijn ervoor nodig om te bidden voor de heiliging van Gods naam, voor de
komst van het Koninkrijk van God, voor werkers in de oogst of voor
bepaalde noden van mensen. U bent nog maar heel oppervlakkig bezig
geweest met de indrukwekkende dingen die als antwoord op uw gebeden
zullen gaan gebeuren, maar u zult moeten volharden."
"Maar dat is het nu precies! Volharden. Ik word er zo moe van."
"Dat komt omdat uw gebeden betrokken raken bij de werkelijke strijd.
Gebed is dat gebied waarin we het kwade overwinnen door het goede. In
dit gebergte zult u leren te bidden voor uw vijanden. Een leven waarin
het kwade door het goede overwonnen wordt, begint met het vragen om
goede dingen in de levens van hen die ons kwaad gedaan hebben."
Het nauwe pad leidt naar een uitkijkpunt waar de reiziger en zijn
metgezel samen een maaltijd nuttigen. Na de maaltijd lopen ze samen
naar de rand van de afgrond waar zij hem het pad aanwijst dat zich door
de bergen heen naar beneden slingert. De bergen worden naar de horizon
toe steeds kleiner en lijken in de verte op te houden.
"Ziet u, daar begint de oogst", zegt de metgezel van de reiziger,
terwijl ze wijst op het landschap voor hen. "Herinnert u zich de
woorden die Jezus gesproken heeft nog?
Zegt gij niet: Nog vier maanden, dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u,
slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zijn om te
oogsten. Reeds ontvangt de maaier loon en verzamelt hij vrucht ten
eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier verblijde.
Want hier is de spreuk waarachtig: De een zaait, de ander maait. Ik heb
u uitgezonden om datgene te maaien, wat u geen arbeid heeft gekost;
anderen hebben gearbeid en gij hebt de vrucht van hun arbeid geplukt.
(Johannes 4:35-38)
De reiziger staart in de verte terwijl zijn metgezel verder gaat met
haar uitleg: "Weet u nog dat er in Christenstad een prachtige brede
straat is die de Zendingsboulevard heet. Aan deze boulevard liggen
ruime goed onderhouden gebouwen met fonteinen en prachtige tuinen. In
deze gebouwen huizen al de zendingsgenootschappen die de christelijke
wereld kent. Er zijn hoofdkantoren voor organisaties die zich
bezighouden met het uitgeven van evangelisatiemateriaal, drukkerijen
voor de prachtige bladen van deze zendingsgenootschappen en kleinere
kantoren waar de gebedsbrieven voor de minder bekende werkers worden
gedrukt en verspreid. Er zijn studio's waar materiaal geproduceerd
wordt, waaronder videobanden, dat wereldwijd verspreid wordt om mensen
op te Toepen de zending in te gaan. Er zijn organisaties die cursussen
geven voor zendelingen die op verlof zijn en er is een geautomatiseerd
adressenbestand voor zendelingen die hun financiële basis moeten
verbreden. Er zijn centra waar zendelingen worden geworven,
appartementen waar zendelingen die met pensioen zijn, kunnen verblijven
en er is zelfs een platenmaatschappij. Maar onlangs is er op de
Zendingsboulevard naar aanleiding van een zeer verontrustend bericht
paniek ontstaan. Er is bekend geworden dat grote aantallen zendelingen,
ethisch gezien, de mist zijn ingegaan. In plaats van dat ze naar een
van tevoren goedgekeurd gedeelte van de wereld zijn toegegaan, zijn
deze zendelingen zomaar de woestijn ingetrokken naar de Stad van God."
"Maar wat voor zendingsgebied is deze woestijn dan?", vraagt de
reiziger. "Welke ziel kun je nu redden in de woestijn van vergeving dan
alleen je eigen ziel? Wanneer je in de woestijn van aanbidding aankomt
dan merk je toch dat iedereen daar al leeft in de heerlijkheid van God.
En in de woestijn van gebed is er die geweldige gemeenschap met de
andere reizigers en leer je voorbede te doen. Nee, in de woestijn zijn
geen verloren zielen."
De oogst
Ik zie in mijn droom dat de reiziger, wanneer hij de rand van de
woestijn van gebed bereikt heeft, zijn blik op zijn bestemming werpt.
In de verte ligt de Stad van God, stralend in heilige luister.
Zichtbaar overweldigd door emoties versnelt hij zijn pas. Plotseling
ruikt hij een intense stank. Het ruikt naar rook en rottende lichamen
en dan ziet hij overal lichamen liggen. Zij die nog leven roepen
uitgeput om hulp.
Een vrouw die duidelijk pijn lijdt, smeekt de reiziger: "Alstublieft,
doe iets voor mij. Ik kan deze pijn niet langer verdragen! "
"Ik kan niets voor u doen", zegt hij haar. "Wat wilt u dat ik voor u doe?"
"Een beetje water is alles wat ik nodig heb. Breng me alstublieft wat water!"
"Maar waar vind ik dan water?"
"Hoe lang denkt u het hier uit te kunnen houden", antwoordt zij,
"tenzij u water voor uzelf vindt? Zoek alstublieft naar water en breng
me wat."
Terwijl de reiziger verontrust de woestijn afspeurt, keert zijn
geheimzinnige metgezel weer bij hem terug en begeleidt hem naar een
bron waar duizenden lege veldflessen liggen.
"Drink eerst zelf wat", zegt zij, "en vul dan een veldfles voor de vrouw."
Nadat hij van het water gedronken heeft, voelt de reiziger zich
onmiddellijk gesterkt en vervolgens brengt hij water naar de vrouw.
Tegen de tijd dat ze alles opgedronken heeft, is haar gezondheid
volledig hersteld. Onmiddellijk pakt ze de veldfles, rent naar de bron
en begint water naar de omliggende mensen te brengen. Er liggen mannen
die diepe wonden hebben, kinderen die nauwelijks meer kunnen ademhalen
en oudere mensen afgeleefde gezichten en smerig verband om hun wonden.
Sommige slachtoffers roepen het uit van de pijn en anderen zitten in
stilte te huilen. Sommige mensen komen na het drinken van een veldfles
water alweer geheel tot leven, anderen hebben veel meer water nodig.
Wanneer slachtoffers genezen, nemen ze direct deel aan de arbeid en
helpen ze anderen om op te staan. Terwijl ze water uit de bron aan het
rondbrengen zijn, deelt de reiziger een tekst uit het Evangelie van
Johannes met een andere man:
Intussen vroegen zijn discipelen Hem, zeggende: Rabbi, eet. Hij
zeide echter tot hen: Ik heb een spijs te eten, waarvan gij niet weet.
De discipelen dan zeiden tot elkander: Iemand heeft Hem toch niet te
eten gebracht? Jezus zeide tot hen: Mijn spijze is de wil te doen
desgenen, die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen. (Johannes
4:31-34)
"Ik vermoed dat we op dit moment aan het leren zijn wat deze woorden betekenen", voegt de reiziger eraan toe.
Hij brengt vele dagen door met het werk van de opwekking. Wanneer hij
op een avond bij de bron zit uit te rusten, keert zijn metgezel bij hem
terug en neemt naast hem plaats.
"Ik neem aan dat we niet verder zullen trekken naar de Stad van God
voordat het werk hier volbracht is?", vraagt de reiziger haar.
"Je hebt gelijk", antwoordt ze.
"Maar zullen ze in de Stad van God op ons wachten?"
"Wees maar niet bang. Ga maar door met het opwekken van al deze mensen,
totdat ze allemaal weer op hun voeten kunnen staan. Dan zullen de
poorten van de Stad van God opengaan en de inwoners zullen naar buiten
komen en u naar binnen voeren. Houd dit in gedachten:
Zegt gij niet: Nog vier maanden, dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u,
slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zijn om te
oogsten. Reeds ontvangt de maaier loon en verzamelt hij vrucht ten
eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier verblijde.
Want hier is de spreuk waarachtig: De een zaait, de ander maait. Ik heb
u uitgezonden om datgene te maaien, wat u geen arbeid heeft gekost;
anderen hebben gearbeid en gij hebt de vrucht van hun arbeid geplukt.
(Johannes 4:35-38)
"Maar de nood is zo groot dat het me begint te overweldigen. De vreugde
die ik beleef aan het herstel dat ik voor mijn ogen zie plaatsvinden,
komt hierdoor zo onder druk te. Komt er dan geen einde aan?"
"Broeder", antwoordt zijn metgezellin, "zoals u uzelf hebt moeten
verliezen in de vergeving van God, in de aanbidding en in het gebed, zo
moet u uzelf nu ook verliezen in de oogst."
"Maar zal ik dan de kracht hebben om onder deze omstandigheden te kunnen blijven werken?"
"Heeft Jezus dat dan niet gedaan?"
En het geschiedde toen Hij in het huis aanlag, zie, vele tollenaars
en zondaars kwamen en lagen mede aan met Jezus en zijn discipelen. En
toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen:
Waarom eet uw meester met de tollenaars en zondaars? Hij hoorde het en
zeide: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij,
die ziek zijn. Gaat heen en leert, wat het betekent:
.. Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om
rechtvaardigen te roepen, maar zondaars. " (Matteüs 9: 10-13)
"Dat moet voor Jezus toch ook erg ontmoedigend geweest zijn."
Jezus weende vanwege de harde harten van de religieuze leiders uit
Jeruzalem. Het is duidelijk dat Hij het meest bemoedigd werd door de
zondaars die zich bekeerden. Hij was nooit te moe voor de mensen die
zich wilden bekeren. U kunt uzelf vol vertrouwen aan het werk van de
oogst toewijden en er zal geen gevaar voor overweldiging hierdoor zijn,
mits u uw blik op de Stad gericht houdt en u het werk met uw gehele
hart doet. De Geest van de Heer zal u ondersteunen als u er steeds weer
voor kiest om aandachtig naar deze mensen te luisteren, net zoals Jezus
luisterde naar de vrouw bij de put", naar de melaatsen, naar de lamme,
naar de blinde en naar de vader van de maanzieke jongen. Maak er geen
haastwerk van. Neem de tijd om te luisteren. Zie toe dat u erachter
komt waar de pijn bij de mensen zit en wat ze nodig hebben. Wanneer u
met een veldfles rondgaat, vertel de mensen dan ook over Jezus. Het
water in de veldfles en de boodschap zijn identiek. Deze stervende
mensen zijn dorstig naar Jezus, niet naar theorieën over Jezus, maar
naar Jezus zelf. De.boodschap over Jezus heeft de werking van een
verfrissende dronk die hen weer. tot leven zal brengen. Denk aan het
vers: 'Geneest
zieken, wekt doden 'op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om
niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.' (Matteüs 10:8). Wees niet tevreden alvorens de barmhartigheid van God hen weer op hun voeten heeft gezet."
"Alvorens de barmhartigheid van God al die mensen weer op hun voeten heeft gezet?"
"Ja, denk aan deze tekst uit het boek Openbaring:
En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de
hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God
is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken
zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen
afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch
moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. "
(Openbaring 21:2-4)
"Wanneer u dit werk doet en ontdekt dat u in feite in staat bent deze
stervende mensen weer op hun voeten te helpen door hen van het levende
water uit de goddelijke Bron Jezus te geven, dan zal dat u een
geweldige vreugde schenken. De ervaringen in de woestijnen van
vergeving, van aanbidding van God en van gebed, hebben aan u het
vermogen gegeven om in de naam van Jezus de zieken te genezen."
"Wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en
groter nog dan deze, want Ik ga tot de Vader' (Johannes 14: 12).
De uitdaging die voor ons ligt, ligt juist in de volharding.
Het visioen
Wanneer ik in mijn droom de reiziger weer zie is hij aan het klagen.
"Hoe lang gaat dit nog duren? Ik had gedacht dat het werk nu wel
voorbij zou zijn en dat we verder zouden trekken. Het spijt me maar ik
ben zo moe. Ik ga daar in de schaduw zitten om een paar dagen uit te
rusten."
Later komt een man voorbij en vindt de reiziger liggend op de grond.
Hij is bijna dood. De man rent naar de bron en vult daar twee
veldflessen, spurt dan terug en giet het water in zijn keel.
"Drink, broeder, drink!"
"Bedankt! Heel erg bedankt! Ik was er bijna geweest", zegt de reiziger
tussen een paar slokken door. "Hoe heeft dit mij kunnen overkomen? Wat
is er fout gegaan?"
Zijn geheimzinnige metgezellin verschijnt weer. "Broeder", zegt ze, "U
hebt uw kracht verloren omdat u uw visie bent kwijtgeraakt. De Stad van
God die daarachter ligt is nog steeds uw bestemming. Daar hoort u
thuis. Daar woont onze God. Neem, terwijl u aan het werk bent,
dagelijks, ieder uur, de tijd om naar de Stad van God te kijken. Als u
niet de moeite neemt om tijdens uw bezigheden naar de Stad van God te
kijken, als u niet regelmatig stopt om naar haar muziek te luisteren,
niet regelmatig de sfeer die de Stad uitstraalt, inademt, en niet
regelmatig drinkt van de stroom die van onder haar poorten uitstroomt,
dan zult u uitgeput raken. Denk eraan dat de kracht die u ondersteunt
uit de Stad komt."
Nu neemt de reiziger het werk in de oogst met een nieuw elan
ter hand. Maar tegen de avond is hij alweer heel erg vermoeid. Hij gaat
naar de bron; daar ziet hij een vrouw aankomen die veel ouder is dan
hij maar toch geen last van vermoeidheid schijnt te hebben.
"Wat is uw geheim?", vraagt de reiziger. "U ziet er zo jeugdig en krachtig uit, terwijl ik bijna geen kracht meer over heb."
"Ik heb de les van Daniël geleerd", zegt zij. "Daniël moet een
drukbezet man geweest zijn, maar temidden van zijn dagelijkse
bezigheden bleef hij teruggaan naar zijn bovenkamer waar hij het raam
opende dat op het westen lag. Daar richtte hij zijn blik op Jeruzalem,
de stad die honderden kilometers ver weg lag en hij bad en dankte God.
Ook toen hij het risico liep dat hij in de leeuwenkuil gegooid zou
worden, weigerde Daniël om af te zien van zijn gebedstijden. Daniël
hield zijn visie levend doordat hij de Stad van God tot het richtpunt
van zijn gebeden maakte. En dat doe ik ook. Hoe groter de problemen
zijn waar ik hier in de oogst mee te maken heb en hoe meer de tijd op
me lijkt te drukken, des te meer richt ik mijn ogen op de Stad van God.
Ik zorg ervoor dat ik naar boven blijf kijken. Iedere keer dat ik van
het brood eet en van de wijn drink, doe ik dat zowel ter herinnering
aan, als uitkijkend naar de Stad van God. Dit is het voedsel van de
Stad, weet u. Het zorgt ervoor dat mijn ogen en mijn hart op de Stad
gericht zijn."
Wanneer de reiziger de oude vrouw verlaat, is hij bewust bezig om de
visie voor ogen te houden. Met een lage stem zingt hij de woorden van
het boek Openbaring:
En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de
hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God
is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken
zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen
afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch
moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan."
(Openbaring 21:2-4)
Als ik de reiziger vervolgens weer zie, is zijn geheimzinnige
metgezellin weer bij hem teruggekeerd met een laatste aansporing:
"BLIJF naar de Stad kijken en weet u wie daar op u wacht. Hij heeft u
een plaats bereid en zal spoedig komen. In de tussentijd zal Hij steeds
wanneer u naar de Stad opkijkt uw kracht vernieuwen. Want "zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen maar worden niet moede; zij wandelen maar worden niet mat." (Jesaja 40:31).
Twee opwekkingen
Opeens werd ik van de plaats waar de reiziger was aangekomen,
meegevoerd naar de top van een hoge berg. Daar trof ik een stenen tafel
aan waarop deze woorden van Openbaring 19 waren gegrift:
En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die
daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en
voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op
zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die
niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in
bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. En de
heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld
in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp
zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met
een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap
van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op
zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.
(Openbaring 19:11-16)
Toen ik van de tafel opkeek, zag ik vanaf de bergtop dat er
tegelijkertijd twee opwekkingen waren begonnen. Christenstad beleefde
een opwekking waardoor er in korte tijd een geweldige groei plaatsvond.
Binnen een korte tijd vertienvoudigde de bevolking zich. Overal werd er
gebouwd. De omringende heuvels werden bedekt met nieuwe huizen. Maar
het meest indrukwekkende aspect van deze groei werd zichtbaar door
imposante nieuwe kerkgebouwen die ver boven het platteland uittorenden.
Een kathedraal die zijn voltooiing naderde, had een toren met wel
zeventig verdiepingen waarin de krachtigste radiozender ter wereld was
geplaatst. Een ander kerkgebouw kreeg de vorm van een reusachtige
glaskoepel. Binnen in die koepel was een automatisch verplaatsbaar
podium en een verplaatsbare geluidsinstallatie te zien. Het meest
opzienbarende gebouw was een kerk in de vorm van een kruis, waarin
vijftien liften waren die de mensen naar de samenkomstzaal brachten,
die zich in de zuidelijke arm van het kruis bevond, terwijl in de
noordelijke arm een christelijk restaurant was. Er waren
zondagsschoolruimten voor alle leeftijdsgroepen. De denominatie die de
eigenaar van deze kerk was, had ook een schitterend conferentiecentrum
gebouwd in de bossen, met huisjes in de stijl van Zwitserse chalets.
De mensen in Christenstad voelden dat deze groei een teken van de
laatste dagen van de wereld was. Boeken over de eindtijd stonden op de
tweede plaats van de lijsten van best verkochte christelijke boeken,
net onder de boeken over het christelijke huwelijksleven. Van over de
hele wereld kwamen er journalisten naar Christenstad om artikelen over
de geweldige groei te schrijven. De inwoners van Christenstad beweerden
dat zij, wanneer het eind van de wereld zou komen, voordat er een grote
chaos zou uitbreken, opgenomen zouden worden naar de Stad van God.
Tegelijkertijd zag ik dat aan de andere kant van de woestijn, ver van
Christenstad vandaan, een hele andere opwekking plaatsvond. Mannen en
vrouwen die op sterven lagen, werden op hun voeten gezet, net zoals in
het visioen van Ezechiël met de dorre beenderen gebeurde. Ze werden
bevrijd van hun ziekten en van hun zonden en raakten uit hun
geestelijke gevangenissen door van het levende water dat uit de heilige
bron stroomt te drinken. Ieder die van het leven gevende water geproefd
had, deelde dat met anderen die op hun beurt weer genezing ontvingen.
Zoals een vuur zich verspreid zo verspreidden de genezingen zich en de
groep mensen die weer op hun benen gezet werd, werd steeds groter.
Werkers die jarenlang zeer weinig resultaat gezien hadden, merkten nu
dat een druppel van het water op een uitgedroogde tong voldoende was om
een stervende tot leven te wekken. En iedere dag versnelde dit proces
zich.
Tenslotte zag ik het laatste levenloze lichaam weer tot leven komen.
Wat er eerst als een slagveld vol verslagen soldaten uitgezien had, was
nu een machtig legerkamp geworden. Plotseling schudde de aarde onder
mijn voeten. De lucht verduisterde en uit het oosten begonnen er
oorlogsgeluiden hoorbaar te worden.
Toen zag ik dat Christenstad door een leger ingenomen werd en tenslotte
vernietigd werd. De imposante kathedralen, het grootste kruis ter
wereld en het conferentiecentrum werden met oorverdovende explosies aan
flarden geschoten. De"dode lichamen van de inwoners, die gedacht hadden
dat zij aan deze vernietiging zouden ontsnappen, vulden de straten. Het
leger trok vervolgens de woestijn in naar de plaats waar de tweede
opwekking had plaatsgevonden. Al gauw trok dit schijnbaar
onoverwinnelijke leger door de woestijn van vergeving, de woestijn van
aanbidding en de woestijn van gebed. Toen de Stad van Godin zicht
gekomen was, raakte de lucht vervuld van een geschreeuw dat iets weg
had van een gewond dier. Het leger ging recht op zijn doel af en het
leek van plan om de Stad van God te bestormen.
Vlak voor de muren van de Stad stond het parate leger van opgewekte
krijgers. Toen de vijand binnen bereik gekomen was, gingen plotseling
de poorten van de Stad open. Een leger omgeven met licht marcheerde
naar buiten. Zij was onder aanvoering van een Koning die zo'n
heerlijkheid uitstraalde dat de vijanden hun ogen moesten bedekken. De
opgewekte strijders voegden zich bij het leger van het licht en samen
gingen ze de strijd met de vijand aan. Drieëneenhalve dag later was de
oorlog voorbij. De vijand was vernietigd en de strijders trokken de
Stad van God binnen waarvoor ze voor de grondlegging der wereld
uitverkoren waren.
Wederom werd ik weggevoerd naar een andere tafel waar weer andere woorden uit het boek Openbaring op gegraveerd stonden:
En ik zag een engel staan op de zon en hij riep met luider stem en
zeide tot alle vogels, die in het midden des hemels vlogen: Komt,
verzamelt u tot de grote maaltijd Gods, om te eten het vlees van
koningen en het vlees van oversten over duizend en het vlees van
sterken en het vlees van paarden en van hen, die erop zitten, en het
vlees van allen, vrijen en slaven, kleinen en groten. En ik zag het
beest en de koningen der aarde en hun legerscharen verzameld om de
oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen zijn leger.
En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen
voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het
merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden;
levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel
brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard, dat kwam uit de
mond van Hem, die op het paard zat; en al de vogels werden verzadigd
van hun vlees. En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de
sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de
draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem
duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde
die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat
de duizendjaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd
worden losgelaten. En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het
oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd
waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch
het beest noch zijn beeld hebben aanbeden en die het merkteken niet op
hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder
levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.
(Openbaring 19:17-20:4).
Zodra ik deze tekst gelezen had, eindigde mijn droom even abrupt als
hij begonnen was. Er bleef een diep gevoel van ontzag bij me achter,
een nieuw bewustzijn van bepaalde onderstromen in mijn eigen leven en
een vernieuwd verlangen om God te leren kennen in geest en in waarheid.
Nooit eerder is het voor mij zo duidelijk geweest dat er twee
opwekkingen op de aarde aan het groeien zijn. De ene opwekking wordt
voortgebracht door de Geest van God en dode mensen zullen door deze
opwekking door het bloed van het Lam van hun zonden verlost worden en
opgewekt worden tot een leven als dat van zonen Gods; een leven waarin
het karakter van God tot uitdrukking gebracht wordt en gekenmerkt wordt
door Zijn barmhartigheid. De andere opwekking zal een opwekking zijn
die voortkomt uit religieuze vleselijkheid. Deze opwekking zal zeer
aantrekkelijk zijn en zal grote massa's mensen aantrekken omdat er
macht in deze wereld door verkregen zal kunnen worden. In deze
opwekking zal namelijk alle vertroosting van een godsdienst geboden
worden, maar zal het ego niet afgelegd hoeven te worden en kan men zijn
eigen rechten behouden.
We zullen allemaal voor de keuze gesteld worden aan welke opwekking we
deel willen hebben. Investeer ik mijn leven in een of andere
onderneming die in Christenstad opgezet gaat worden, of ben ik bereid
mijn leven te verliezen in het najagen van de barmhartige wil van God?
Ga ik me concentreren op de opbouw van iets dat indruk zal maken op de
burgers van Christenstad of zet ik mijn leven in om de arme, de lamme,
de kreupele en de blinde naar de tafel van de Meester te leiden?
Uit: Visioenen van de Oogst, van Rick Joyner (c) Dunamis Publishing 1999, Roermond.
De eerste druk van deze allegorie verscheen in 1980.
|
|
|
|
|